band met logo

De rassen die in onze vereniging vertegenwoordigd zijn, worden in verschillende diergroepen ingedeeld; namelijk: hoenders, duiven, konijnen, cavia's, watervogels en parkvogels. 

HOENDERS

Alle rassen die onder de groep hoenders vertegenwoordigd zijn, zijn gedomesticeerde rassen, met andere woorden rassen die door de mensen vanuit de wildvorm aangepast zijn aan de behoeften van de mens. Allereerst is er het tam maken van de wilde dieren zodat ze de nabijheid van de mensen aanvaarden en niet meer automatisch op de vlucht slaan. Daarna hebben de dieren veranderingen ondergaan qua grootte en omvang. Deze veranderingen zijn gedaan opdat er ofwel een grotere vleesproductie ofwel een grotere eileg zou zijn zodat men van één dier een veel grotere productie heeft op een veel kortere tijd. Heden ten dage is dit aspect echter volledig weggevallen en worden de rassen gehouden als siervogels. Deze domesticatie is al aan de gang sedert ongeveer een 2000 jaar voor Christus.
In de groep hoenders hebben we twee grote groepen: de groothoenders en de krielen. De groothoenders zijn hoenders die opvallen door hun tamelijk grote lichaamsvormen en zwaarder gewicht. Enkele voorbeelden: de New Hampshire, de Brugse Vechter, de Mechelse Koekoek. De krielen zijn veel kleiner van volume. Hier vinden we oorspronkelijke krielen (zoals de Chabo, De Antwerpse Baardkriel, het Belgisch Krieltje) en krielen die een kleinere uitgave zijn van hun tegenhanger bij de groothoenders. Daarnaast hebben we nog een indeling in verschillende groepen. Deze groepen bevatten meestal rassen van hetzelfde oorsprongsgebied: bv. Belgische rassen, Duitse rassen, Aziatische rassen, enzovoort.

DUIVEN

Ook de duivenrassen zijn gedomesticeerde rassen. De duiven worden ingedeeld in verschillende groepen:
- de vormduiven: bv. Carneau, Cauchois, Belgische tentoonstellingsreisduif
- de wratduiven: bv. Carrier, Dragoon, Valkenet
- de kipduiven: bv. Modena, King
- de kroppers: bv. Gentse Kropper, Norwich Kropper
- de kleurduiven: bv. Vinkduif, Damascener, Neurenberger Leeuwerik
- de trommelduiven: bv. Altenburger trommelduif, Duitse trommelduif
- de structuurduiven: bv. Raadsheer, Oud-hollandse Capucijn
- de meeuwduiven; bv. Italiaanse meeuw, Vlaanderens Smierel
- de tuimelaars, hoogvliegers en ringslagers: bv. Belgische Hoogvlieger, Oosterse Roller, Speelderke

KONIJNEN

Bij de konijnen is het door de grote verscheidenheid van rassen ook nuttig deze onder te brengen in verschillende groepen. Hiervoor wordt meestal gekeken naar de pelskleur of zeer opvallende of in het oog springende eigenschappen. Deze onderverdeling is als volgt:
Groep 1: de kleurrassen: bv. De Alaska, de Blauw Van Sint-Niklaas, de Havanna, de Nieuw-Zeelander, de Parelgrijs van Halle
Groep 2: de tekeningrassen: bv. De Hollander, de Japanner, de Reuzenvlinder, de Rijnlander
Groep 3: pareling, verzilvering en zwartgrannen: bv. Belgisch Zilver, Parelfeh, Engels zilver
Groep 4: patroontekening: bv. De Californiër, de Marter, de Sallander, de Thuringer
Groep 5: de witte konijnen: bv. De Witte Nieuw-Zeelander, de Witte van Bouscat, de Witte van Dendermonde
Groep 6: de hangoren: bv De Franse Hangoor, de Engelse Hangoor
Groep 7: bijzondere haarstructuren: bv. De Angora, de Rex, het Voskonijn

CAVIA'S

De cavia's zijn de echte troeteldiertjes onder onze dieren op onze tentoonstelling. Deze diertjes zijn de aantrekkelijkste groep voor de kinderen. Het zijn lieve, aanhankelijke diertjes die zich heel gemakkelijk laten vertroetelen door een kinderhand. Maar ook hier is er een heel scala aan verschillende haarstructuren, die ook aparte groepen vormen:
Groep 1: de gladharigen (agouti's)
Groep 2: de overige gladharigen
Groep 3: de gekruinde en borstelharigen
Groep 4: de rex en de satijn
Groep 5: angora en sheltie en coronet
Groep 6: Texel en alpaca en merino.

WATERVOGELS

In deze groep hebben we zowel gedomesticeerde dieren als dieren die nog altijd dezelfde kleur en vorm hebben als degenen die in het wild voorkomen.
In de grote groep van de vogels zijn het de ganzen en eenden die als het eerste gedomesticeerd werden. Oorspronkelijk waren deze gedomesticeerde vogels ook een aanvulling in de voedselvoorziening (vele volkeren waren toendertijd van watervogels afhankelijk voor de vleesvoorziening en voor de eieren), maar heden ten dage worden ze gehouden als siervogels. Voorbeelden van gedomesticeerde watervogels: Semoiseend, Indische Loopeend, Cayuga-eend, Knobbelgans, Vlaamse gans.
De oorsprong van de in het wild voorkomende watervogels gaat waarschijnlijk zo'n 80 miljoen jaren terug. Deze groep heeft zich ontwikkeld uit de reptielen. De eerste fossiele watervogels die gevonden werden, dateren van zo'n 40 à 50 miljoen jaren geleden. Tot nu toe zijn er een honderdvijftigtal verschillende rassen geïdentificeerd, waarvan er ook enkele uitgestorven zijn.
Bij de watervogels hebben we zwanen, eenden en ganzen. Er is een grote verscheidenheid in uitwendig voorkomen, grootte, vederbekleding, kleuren en gedragingen. Voorbeelden van sierwatervogels: Zwarte Zwaan, Wilde zwaan, Streepkopgans, Keizergans, Mandarijneenden, Carolina, Europese Smient, Europese Tafeleend, Verscicolortaling.

PARKVOGELS

De groep van de parkvogels omvat verschillende diergroepen: namelijk: fazanten, kalkoenen, parelhoenders, kwartels, patrijzen en wilde duiven.
A. Fazanten
De best gekende fazant is zonder twijfel de jachtfazant, beter gekend als de bosfazant. Maar minder gekend zijn de sierfazanten. De meesten van hen hebben hun oorspronkelijke leefgebieden in Azië, meer bepaald China, Nepal, Tibet, …., en leven in tamelijk hoge bergstreken.
Fazanten worden al naar gelang hun kenmerken ingedeeld in verschillende groepen: edelfazanten (bosfazanten), kraagfazanten (goudfazanten), langstaartfazanten (koningsfazant), argus- en pauwfazanten, hoenderfazanten (glansfazant), oorfazanten, tragopanen. Tot de groep van de fazanten behoren ook de vier wilde vormen van de hoenders. Deze vier vormen liggen aan de grondslag van alle rassen hoenders die heden ten dage bestaan.
B. Kalkoenen
De wilde "voorvaderen" van onze kalkoenen zijn alleen te vinden in Amerika. Maar ook de domesticatie ervan vindt zijn oorsprong in Amerika. Vele Indianenstammen aten het vlees van kalkoenen en verwerkten beenderen tot werktuigen en veren als sieraad.
Wanneer de kalkoenen in onze streken gekomen zijn, is moeilijk uit te maken, maar wel staat vast dat ze zich via Spanje, Engeland, Frankrijk en Duitsland over bijna heel Europa hebben verspreid.
C. Parelhoenders
Al in de vijfde eeuw voor Chr. kende men al parelhoenders in het oude Griekenland. Deze oorspronkelijk Afrikaanse vogelsoort is dan via Griekenland verder over Europa verspreid.
D. Kwartels en patrijzen
Onder de kwartels en patrijzen hebben we soorten uit de Nieuwe (Amerika) en de Oude Wereld ( Europa en Azië). Het zijn meestal vogels die van nature in dichte wouden of graslanden leven en op de grond hun voedsel zoeken en nestelen. De meeste soorten vliegen over het algemeen niet lang en niet ver; maar op de grond kunnen ze zich heel snel uit de voeten maken. De kwartels en patrijzen behoren tot de siervogels, maar in de industrie kennen we vooral de vleeskwartel (een ver doorgekweekte vorm van de in het wild levende Japanse kwartel). Daarnaast is ook de Chinese dwergkwartel een heel gekende volièrevogel.
Voorbeelden: de Europese en Japanse Kwartel, de Californische Kuifkwartel, de Chuckarpatrijs.